De Nederlandse bouwsector staat voor een grote dubbele opgave: het opvoeren van de woningbouwproductie en het versnellen van de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Tegen die achtergrond heeft Berenschot, in opdracht van de Mineral Wool Association Benelux, een quick scan uitgevoerd naar de vraag in hoeverre biobased isolatiematerialen kunnen voorzien in 30% van de isolatievraag in nieuwbouw en renovatie richting 2030. De centrale conclusie van het rapport is dat de beschikbare en verwachte capaciteit van biobased isolatiematerialen op korte termijn onvoldoende lijkt om aan de gevraagde volumes te voldoen.
Totale isolatievraag
Volgens de analyse is de totale isolatievraag omvangrijk. Tot en met 2030 is jaarlijks circa 53 miljoen m² isolatiemateriaal nodig voor de woningbouw- en renovatieopgave. Richting 2050 komt de gemiddelde jaarlijkse behoefte voor woningen uit op circa 42,4 miljoen m². Om in 2030 te voldoen aan de beleidsambitie van 30% biobased isolatie, zou ongeveer 15,9 miljoen m² biobased isolatiemateriaal beschikbaar moeten zijn.
Tegenover die benodigde volumes staat een markt die nog in ontwikkeling is. Het huidige marktaandeel van biobased isolatie wordt in het rapport (op basis van cijfers over 2024) geschat op circa 1 tot 2% in nieuwbouw en renovatie. Hoewel de toepassing de komende jaren naar verwachting sterk groeit, laat de quick scan zien dat deze groei onder de huidige marktomstandigheden niet snel genoeg verloopt om de 30%-doelstelling in 2030 te realiseren.
Spanning tussen beleidsambities en uitvoeringspraktijk
Daarmee wijst het onderzoek op een duidelijke spanning tussen beleidsambities en uitvoeringspraktijk. Berenschot stelt dat voor het behalen van de doelstelling een opschaling met een factor 15 tot 20 binnen vijf jaar nodig zou zijn. Onder het huidige beleid en bij de huidige marktontwikkeling wordt dat als weinig waarschijnlijk beschouwd.
Als belangrijkste verklaringen noemt het rapport onder meer beperkte productiecapaciteit, onzekerheid over aanbod, prijsverschillen tussen materiaalcategorieën en het deels ontbreken van certificeringen voor bepaalde productprestaties, zoals brandveiligheid, thermische prestaties en vochtregulering. Ook de beperkte schaal van de huidige keten en de tijd die nodig is voor verdere marktadoptie spelen volgens de onderzoekers een rol.
Tegen deze achtergrond benadrukt de quick scan dat op korte termijn vooral een brede beschikbaarheid van isolatiematerialen nodig is om de woningbouw- en renovatiedoelen te ondersteunen. De maatschappelijke opgave vraagt immers om voldoende volume, leveringszekerheid en toepasbaarheid in uiteenlopende projecten. Volgens Berenschot maakt dat het noodzakelijk om de isolatieopgave niet vanuit één materiaalstroom te benaderen, maar als een gezamenlijke opgave van verschillende materiaalstromen.
Biobased en andere isolatiematerialen complementair aan de bouwopgave
Het rapport adviseert daarom om producenten van biobased en andere isolatiematerialen complementair te laten bijdragen aan de opgave. Een dergelijke benadering maakt het mogelijk om op korte termijn de benodigde volumes te leveren voor nieuwbouw en renovatie, terwijl tegelijkertijd ruimte blijft voor verdere ontwikkeling en opschaling van biobased toepassingen. Daarmee sluit de aanbeveling aan op de bredere noodzaak om woningbouwtempo, verduurzaming en uitvoerbaarheid in samenhang te organiseren.
De quick scan doet geen uitspraak over de relatieve duurzaamheidswinst van verschillende materiaalcategorieën, omdat dat buiten de scope van het onderzoek viel. De focus ligt op haalbaarheid, beschikbaarheid en de mate waarin de markt op tijd in de benodigde volumes kan voorzien.